Hoe maak je toegankelijke teksten ook inclusief?

Hoe maak je toegankelijke teksten ook inclusief?

Om inclusief te schrijven is het van belang dat je tekst ook toegankelijk is. Hoewel inclusief taalgebruik een vrij nieuw begrip is waar nog niet veel mensen en organisaties in gespecialiseerd zijn, is toegankelijke taal al wel bekend. Veel tekstschrijvers en communicatieprofessionals zweren bij toegankelijke taal. Ze noemen het ook wel B1-taal, heldere taal, klare taal, duidelijke taal of gewone-mensen-taal. Maar wat is nu écht toegankelijke taal, als je het wilt inzetten als onderdeel van inclusief taalgebruik? Daar ga ik in deze blog op in.

Toegankelijk voor wie?

Wil je een toegankelijke tekst schrijven, dan is het goed om te bedenken voor wie die tekst dan toegankelijk moet zijn. Vaak wordt toegankelijke taal ingezet om de grootst mogelijke doelgroep te bereiken. Er wordt ingezet op de massa, de gemiddelde Nederlander. Van het taalniveau B1 wordt gezegd dat zo’n 80% van de Nederlanders dit kan begrijpen. 40% van de Nederlanders heeft B1-niveau, zo’n 20% van de Nederlanders A1 of A2 en dan is er nog zo’n 40% die B2, C1 of C2 niveau goed kan begrijpen. Die laatste groep heeft ook baat bij B1, omdat dit voor hen eenvoudig te begrijpen is, dat is dus wel zo prettig.

Maar wil je echt inclusief en dus toegankelijk schrijven, houd dan ook rekening met blinde en slechtziende mensen, en die 20% van de mensen die B1-niveau niet halen. Denk aan laaggeletterden, mensen met een neurodiversiteit of mensen met een anderstalige achtergrond. Door B1-taalniveau in te zetten richt je je dus op het gros van de Nederlanders, wat heel nuttig kan zijn, maar is jouw tekst (ook) bedoeld voor mensen nog wat meer moeite met lezen of taal hebben? Dan volstaat dit niet. Dan zul je toch echt een andere aanpak nodig hebben.

B1, hoe doe je dat?

B1-taalniveau is een niveau-aanduiding die uit de tweedetaalverwerving komt. Het is dus een manier om aan te geven hoe goed je een taal hebt geleerd (als niet-moedertaalspreker). Toch wordt het ook vaak gebruikt om taalniveaus van moedertaalsprekers mee aan te geven. Er zijn diverse checklists, eisen en woordenlijsten waarop je kunt vinden hoe je nu precies B1-taal schrijft. Korte zinnen, korte alinea’s, geen jargon, actieve zinnen, duidelijke tussenkopjes, geen metaforen of ambigu woordgebruik zijn zaken waar je rekening mee moet houden als je B1 schrijft. Hieronder laat ik een aantal websites zien met meer specifieke informatie en tips hierover. Er zijn zelfs websites zoals www.ishetb1.nl waar je kunt checken of een woord op B1-niveau is of niet. Toch blijven de regels bewerkelijk en in de praktijk is het niet zo eenduidig te definiëren hoeveel mensen dit niveau écht goed begrijpen en of een tekst hieraan voldoet.

Waar moet je rekening mee houden als je toegankelijk én inclusief wilt schrijven?

Je kunt dus proberen al je teksten op B1-niveau te schrijven. Dat is al een grote stap in de richting van toegankelijkere taal. Er zullen zeker meer mensen zijn die jouw teksten nu begrijpen. Toch loop je dan ook tegen problemen aan. Je verliest vaak een stuk van de nuance die een tekst nodig kan hebben, en het kan ook zijn dat je tekst een stuk minder jouw tone of voice heeft. Je kunt wat minder creativiteit en stijl kwijt in dit soort teksten. Daarnaast ontkom je in dit soort eenvoudig taalgebruik vaak niet aan stereotype beeldvorming, om zo herkenbaar mogelijk te zijn voor zo veel mogelijk mensen. Zo verlies je weer een stuk inclusiviteit, die je wellicht wél zou willen uitstralen. Dit is dus een afweging die je moet maken als je in B1 dé oplossing voor toegankelijkheid ziet.

Maatwerk

Een manier om je teksten écht toegankelijk en inclusief te maken, is maatwerk. Probeer niet met één tekst 80% van de Nederlanders tegemoet te komen. Heb je zo’n brede doelgroep voor ogen, dan is het verstandiger om voor verschillende doelgroepen verschillende teksten of zelfs verschillende middelen in te zetten. Maak meerdere versies van je tekst en bied ze aan op verschillende platformen, onderdelen van je website, sociale media of juist op papier of in advertenties, etc. In sommige gevallen is tekst wellicht helemaal niet het meest geschikte medium. Een cartoon, uitlegvideo of een duidelijke infographic kan dan veel effectiever zijn.

Voorbeeld uit de praktijk

Toen ik in 2020 meewerkte aan het partijprogramma van een politieke partij, rees de vraag: gaan we in B1-taal schrijven? Hoe presenteer je de plannen om de woningmarkt te repareren, arbeidsdiscriminatie aan te pakken of de gezondheidszorg te hervormen in Jip-en-Janneke-taal? Het redactieteam besloot in overleg met de schrijvers hun best te doen, maar besefte onmiddellijk dat sommige zaken onvoldoende tot hun recht zouden komen als het álleen in B1-taal gepresenteerd zou worden. Daarnaast vroegen we ons af wie nu eigenlijk de doelgroep was. Politieke programma’s zijn helaas niet bekend om hun toegankelijkheid en leesbaarheid. Het is ook het document waarin je als partij zo uitgebreid en onderbouwd mogelijk wilt laten zien wat je van plan bent. Mensen die geen behoefte hebben om een programma van 80 kantjes door te spitten, zullen op een andere manier de informatie tot zich willen nemen en hun keus maken om te stemmen.

We kozen voor het aanleggen van een woordenlijst, waarin moeilijke woorden gedefinieerd werden. Zo konden we ons focussen op het schrijven van prettig leesbare hoofdstukken in zo eenvoudig mogelijke taal, waarin de plannen van de partij tot hun recht kwamen. Daarnaast werd het programma ingesproken, zodat blinden, slechtzienden en andere mensen die het niet kunnen of willen lezen de hoofdstukken toch auditief tot zich konden nemen. Ook waren de standpunten op andere manieren te vinden: in social media posts, live video-bijeenkomsten met kandidaten, een verkorte versie op flyers, flyers in diverse talen, in stemwijzers en artikelen op de website.

Toegankelijkheid: méér dan taal

Stel: iedereen in Nederland is je doelgroep. Bij communicatie vanuit de overheid bijvoorbeeld, of als je als museum, voorlichtingsbureau of pretpark een diverse groep mensen wilt bereiken. In dat geval is het slim om je tekst in meerdere talen aan te bieden, op verschillende taalniveaus, in plaatjes, in gesproken vorm, en in video’s.

Ook als je een website hebt zul je op méér dan alleen je taalgebruik moeten letten om je boodschap toegankelijk te maken. Enkele zaken waar je op kunt letten, zijn:

  • Een duidelijke structuur m.b.v. menu’s en kopjes;
  • Een ‘kruimelpad’ zodat bezoekers weten waar op je website ze zich bevinden;
  • Alt-omschrijvingen in je afbeeldingen, zodat slechtzienden en blinde mensen voorgelezen krijgen wat er op je afbeeldingen te zien is;
  • Ondertiteling bij je video’s;
  • Een gebarentolk bij presentaties of video’s;
  • Infographics of andere visuele manieren om je informatie zichtbaar te maken, zoals video’s;
  • Een voorleesfunctie, audiospeler of video waarin de geschreven tekst ook verteld wordt.     

Het belangrijkste: jouw doelgroep

Zoals hierboven vooral duidelijk werd, is toegankelijke taal dus nog niet zo eenduidig. Wat voor de één toegankelijk is, is voor de ander een pijnlijk stereotype, te ongenuanceerd, of nog niet toegankelijk genoeg. Verschillende doelgroepen hebben verschillende definities van toegankelijkheid. Wat ik dus vooral zou willen adviseren is: verdiep je in je doelgroep(en). Ga met ze in gesprek of test jouw teksten uit op enkele personen uit deze doelgroep. Zoals er in de literatuur gebruik gemaakt kan worden van sensitivity readers kun je jouw webteksten of flyers laten checken door iemand die tot jouw doelgroep behoort. Wil je hen écht helpen? Is jouw content, boodschap of informatie écht waardevol voor hen? Blijf dan in contact. Dat is de enige manier om jouw missie te volbrengen.

Wil je meer weten over inclusief taalgebruik, zit je met een dilemma of wil je meer weten over een specifieke doelgroep en de taal die daar geschikt voor is? Laat het me weten! Ik denk graag met je mee, zet het op de lijst van blog-onderwerpen of help jou in opdracht verder met jouw teksten!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*